Lifestyle woensdag: Verhaal Tour de France

Wat is het achtergrondverhaal? We gaan terug naar 1947.

De organisatie had er alles aan gedaan om een goed rennersveld voor deze eerste Tour van na WOII aan de start te krijgen. Helaas was er tevergeefs onderhandeld met de twee Italiaanse vedetten van dat moment. De oude rot Bartali en de rijzende ster Fausto Coppi lieten zich niet verleiden en kwamen niet naar Frankrijk. Zo werd het een wedstrijd zonder favorieten. De Italiaanse ploeg bestond uit een mengelmoes van ‘echte’ en ‘Franse’ Italianen. Dit leidde al snel tot onenigheid tussen onder andere Aldo Ronconi en Pierre Brambilla, één van de al jaren in Frankrijk wonende Italianen. Toevallig waren het deze twee die aan het slot van Tour 1947 om de zege leken te gaan strijden.

Twee dagen voor het eind stond er een 139 kilometer lange tijdrit door de Bretonse heuvels op het programma, met de finish in Saint-Brieuc. De Fransman René Vietto reed in het geel en mocht als laatste starten. Dit werd als een groot voordeel gezien en heel Frankrijk hield al rekening met een Franse overwinning. Maar Vietto zag zijn voorsprong op de naaste concurrenten als sneeuw voor de zon verdwijnen. In Saint-Brieuc mocht Brambilla het geel aantrekken. De ‘Franse’ Italiaan stond slechts 53 seconde op Ronconi voor.
Na lang vergaderen binnen de Italiaanse ploeg werd besloten dat Ronconi zijn ‘landgenoot’ zou bijstaan in de laatste twee etappes. Ergens werd nog een aanval van de nummer drie, Jean Robic, verwacht. De Fransman had een achterstand van een kleine drie minuten op de gele trui. De volgende dag gebeurde er niets en ook de laatste etappe leek een voor de Italianen gunstig verloop te kennen. Een kopgroepje onder leiding van de Belg Brieck Schotte reed ver voor de troepen uit naar Parijs en Brambilla rekende zich al rijk. Totdat het peloton Rouen passeerde. Daar ontplofte de Tour alsnog.
Op de helling van de Côte de Bonsecours demarreerde de Fransman Edouard Fachleitner, de nummer vijf van het algemeen klassement. Niet lang daarna profiteerde Robic optimaal van deze springplank. Brambilla probeerde te volgen en kwam even los van het peloton. Totdat er toch nog iemand anders wegsprong en het gat tussen Brambilla en het peloton dichtreed. Tot zijn ontzetting zag hij dat het zijn landgenoot Ronconi was. Deze broedermoord betekende het einde van de Touraspiraties van de ‘Franse’ Italiaan.
Schotte won de etappe en Robic pakte dankzij een voorsprong van twaalf minuten op zijn Italiaanse concurrenten de Tourzege. Fachleitner werd zelfs nog tweede in het eindklassement en Brambilla moest met de derde plaats genoegen nemen. Het verhaal gaat dat hij met tranen van woede over de finish kwam. Terwijl hij zijn drinkbussen liet leeglopen onder het finishdoek, schreeuwde hij uit: “Ik zal je straffen, Brambilla! Tu ne boiras pas puisque tu ne marches pas!” Je reinste zelfhaat van een getergd renner.
Na de Tour is Brambilla naar zijn huis in Annecy gereden. Daar heeft hij in zijn achtertuin een groot gat gegraven en zijn fiets waarmee hij naar Parijs was gereden erin begraven. Twee jaar later heeft hij zich tot Fransman laten naturaliseren. Want hij gaf niet alleen zichzelf de schuld van zijn verlies, maar ook zijn oud-landgenoot Ronconi.
Naschrift:
Robic was de eerste Tourwinnaar die de gele trui pas in Parijs voor het eerst om de schouders kreeg. De enige renner die hem dat later heeft nagedaan was Jan Janssen in 1968.
Door: Lucas Bezembinder
Scroll to top